8 oktober 2015 Vincent Kalf

De trends van 2015 in Trainingsland

7  Trends in Trainingsland

Wat vragen klanten these days?
In de afgelopen weken heb ik een serie gesprekken in trainingsland gevoerd. Vooral met bureaus die actief zijn in de markt van soft skills ontwikkeling. Hierbij opvallend veel overeenkomstige berichten over wat goed gaat, waar ze mee zitten en welke kant ze de markt op zien gaan. Hieronder 7 veelgehoorde trends op een rij.
1. Korter, minder, goedkoper

Ingegeven door de conjunctuur korten veel organisaties op het opleidingsbudget. En daarbij gaan (verplichte) kenniscursussen vaak voor de soft skills trainingen. Zowel met wat nog beschikbaar is voor 2011 als dat wat voor 2012 wordt begroot, zijn de kernwoorden bij inkoop van trainingen: korter (want werknemer mag niet te lang van de werkvloer zijn), minder, goedkoper. Bureaus hebben vaker te maken met tenders en de besluitvorming bij HR(D) duurt langer.

2. Populair: sales, coaching, elkaar aanspreken

Van de reeks trainthema’s die het relatief goed doen, springen een paar in het oog. Allereerst sales. Hierbij geldt, hoe specifieker hoe beter; denk daarbij aan de combinaties sales + sector en/of sales + beroepsgroep (acquisitie voor advocaten, pitchen in de ict etc.). Dan coaching. Hoewel in de literatuur over het hoogtepunt heen en er ogenschijnlijk een overdaad aan coaches is, geven diverse bureaus aan dat coaching in relatie tot leiderschap blijft lopen. Tot slot blijkt dat veel klanten tegen de bureaus zeggen: ‘we zijn hier eigenlijk niet gewend om elkaar duidelijk aan te spreken op gedrag en (dis)functioneren en dat moet anders’. In cultuurprogramma’s zit vaak een stevige module ‘oefenen met elkaar duidelijk aanspreken’.

3. ‘Kwaliteit is niet genoeg’

Gevestigde trainingsbureaus hebben doorgaans warme contacten en historische contracten met hun klanten zowel voor de open lijn aanmeldingen als incompany trajecten. Die klanten worden echter wel veeleisender en switchen gemakkelijker. Zeker in het (corporate) bedrijfsleven zijn positieve referenties, lidmaatschappen van brancheorganisaties en kwaliteitskeurmerken als het ware hygiënefactoren geworden voor (offreren voor) grote trajecten en een preffered supplier positie. HR, HRD, L&D managers zeggen tegen het bureau:’ ik wil best zaken blijven doen maar als je niet de goedkoopste bent, geef me dan een andere specifieke USP om mijn keus voor jullie te verantwoorden’. Of zoals de eigenaar van een groot en ‘winnend’ bureau het onlangs letterlijk tegen mij zei: “alleen een goede training is niet meer genoeg”.

4. Meedoen in academies door customer intimacy

(Middel)grote organisaties hebben eigen academies met specifieke programma’s omtrent bijvoorbeeld talent en management development, loopbaanpaden en competentieontwikkeling. Deze opdrachtgevers willen dat het bureau ‘customer intimate’ te werk gaat. Dat wil zeggen grondige verdieping in de klant, zijn klanten/omgeving, de mensen, de functies en rollen en iets ogenschijnlijks generieks als ‘functioneringsgesprekken’ of ‘feedback geven’ aantoonbaar binnen die context behandelen.

5. Triggerende rendementsvragen

Opdrachtgevers vragen waar voor hun geld en het adagium meten is weten doet opgeld. Via competentiescores, nulmetingen en 360 graden feedback wordt gezocht naar manieren om progressie te kwantificeren. Hoewel soms boterzacht is dat allicht meer dan het klassieke ‘certificaat van deelname’. Zelf merk ik dat HR managers opveren zodra ik met onze term ‘videodiploma’ (een compilatie van opgenomen succesmomenten) de mogelijkheden van zichtbaar rendement toelicht. Naast het meten en zien is ook het rendement as such een thema. Wat kun je redelijkerwijs verwachten van 1 dag op de hei? En wat zegt de 10.000 uren oefenenregel (Ericsson) ons over oefennoodzaak om echt te leren vergaderen, contact te maken, te onderhandelen etc.?

6. Het bureau als facilitator van leer communities

Soft skill kwaliteit (een effectieve procesinterventie, openingsvraag etc.) is lastig hard te maken noch zwart wit te benaderen. Daarmee is het des te interessanter wannneer je als lerende, van verschillende kanten feedback krijgt: van domeindeskundigen maar ook van andere deelnemers, collega’s, peers. Het past in de tijdgeest om ‘wisdom of crowds’ te gebruiken (Iens i.p.v Michelin, Zoover i.p.v. ANWB inspecteur). Bepaalde trainingsbureaus maken de beweging van domeinexpert naar facilitator van leercommunities.

7. Online trainen wint terrein

In de mengverhouding van de ‘blend’ (offline <> online), wint de laatste terrein. De bureaus die deze beweging maken, verklaren hun keus uit een aantal van bovengenoemde klant- en marktmotieven: kostenvoordelen, een USP kunnen bieden, de mogelijkheid tot specifiek tailoren op thema en op klant, rendement meten, meer oefenen en het creëren van online leercommunities.

 

Bron : Marijn de Geus / Managementsite