hoofdpagina
Vragenlijst Beïnvloeden

Voor- en achternaam :

Bedrijf :

Email adres :

Doel van de vragenlijst:

Welke vaardigheden zet je meestal in en welke vaardigheden minder?
Dat wordt duidelijk met behulp van de volgende zelfanalyse.

Geef aan in welke mate je het gedrag vertoont conform de onderstaande beschrijving:
1 = nooit
2 = af en toe, minder dan gemiddeld
3 = regelmatig, net zo vaak als andere mensen
4 = vaak, meer dan gemiddeld
5 = altijd, bijna altijd
 
 
1
2
3
4
5
1
Ik maak duidelijk wat mijn mening is zonder direct te anticiperen op reacties.
2
Bij een verschil van mening kom ik met tegenargumenten.
3
Ik luister met begrip als iemand gevoelens uit van bijvoorbeeld kwaadheid, teleurstelling, blijdschap of droefheid.
4
Ik spreek duidelijk uit dat ik iemands bijdrage op prijs stel.
5
Ik vind het nuttig mijn opvattingen naar voren te brengen en te kijken wat er dan gebeurt.
6
Ik gebruik de inbreng van anderen, ook als hun mening afwijkt van de mijne.
7
Ik bedank de anderen explicitiet voor het leveren van hun bijdrage.
8
Ik vind het prettig een langetermijn-ideaalbeeld van de afdeling neer te zetten.
9
Ik heb de neiging dieper door te vragen en geen genoegen te nemen met een eerste antwoord op de vraag.
10
Ik onderbouw mijn mening met logische redenen.
11
Ik stimuleer mensen iets concreet uit te proberen als ze eenmaal enthousiast voor mijn idee zijn.
12
Ik analyseer onlogische verhalen en kom met tegenwerpingen.
13
Ik kan mijn droombeeld in praktische stappen vertalen.
14
Ik vind het belangrijk mijn rol en positie duidelijk te maken.
15
Ik gebruik woorden als 'moeten' en 'behoren'.
16
Ik maak er werk van om bewust successen met anderen te benoemen.
17
Als mijn team een succes viert, benoem ik de bijdragen van anderen.
18
Mijn persoonlijke gevoelens, zoals hoop en vrees, laat ik merken en ik vraag er bij anderen ook naar.
19
In het werk doe ik een beroep op waarden van andere mensen
20
Ik stimuleer het gevoel dat we samen voor een klus staan.
21
Bij veranderingen zet ik aan tot een eerste actie om zichtbaar te maken dat het werkt.
22
Ik probeer gedemotiveerde mensen weer enthousiast te maken door hun plezier in het werk aan te boren.
23
Als ik iets van een ander vraag, geef ik aan wat hij van mij kan verwachten.
24
Ik check of ik iemand goed heb begrepen door samen te vatten wat hij heeft gezegd.
25
Ik nodig anderen uit mee te denken met mijn probleem en neem hun suggesties serieus.
26
Bij een behaald succes kan ik mezelf op de zijlijn plaatsen en een ander laten scoren.
27
Ik vertel iedereen duidelijk wat ik van hem of haar verwacht.
28
Ik zoek werkdoelen waar iedereen zich in kan vinden.
29
Ik gebruik beelden en vergelijkingen om mijn toekomstbeeld te visualieren.
30
Ik geniet ervan als de ander gemotiveerd raakt door mijn waardering.