hoofdpagina
Vragenlijst Interacties in de werksituatie

Voor- en achternaam :

Bedrijf :

Email adres :

Doel van de vragenlijst:

Vul een 1 of een 2 in bij ieder paar stellingen die het meest je normale doen weergeeft.
Je kunt er altijd maar één kiezen.

1
1. Geeft graag uitleg
2. Helpt graag
2
1. Heeft snel medelijden
2. Steeds bereid tot compromissen
3
1. Is vriendelijk tegenover iedereen
2. Is plichtsbewust
4
1. Heeft bewondering voor sterke persoonlijkheden
2. Trekt zich terug bij conflict
5
1. Is schuchter
2. Protesteert gemakkelijk
6
1. Durft dingen te betwijfelen die algemeen aanvaard worden
2. Laat niet met zich sollen
7
1. Komt in conflicten recht voor zijn mening uit
2. Is graag de beste
8
1. Begint zelf te organiseren als er iets niet efficiënt verloopt
2. Zet zijn persoonlijke mening opzij om ruzie te vermijden
9
1. Beschermt de zwakken
2. Houdt zich aan afspraken
10
1. Vindt het zeer erg als iemand hem niet sympathiek vindt
2. Is bescheiden
11
1. Doet zijn best om een saaie uitleg toch te volgen
2. Ziet graag bewijzen voor uitspraken van specialisten
12
1. Kan zich gemakkelijk verontschuldigen
2. Kan eisen stellen aan anderen
13
1. Verdraagt niet kort gehouden te worden
2. Komt op onafhankelijke wijze tot beslissingen
14
1. Kan bij moeilijke discussie de knoop doorhakken
2. Voert zo goed mogelijk uit wat men hem vraagt
15
1. Vergeeft gemakkelijk
2. Twijfelt voor hij iets zegt of doet
16
1. Zal snel anderen verontschuldigen
2. Klaagt over scheefgegroeide situaties
17
1. Schikt zich gemakkelijk naar wat de meerderheid beslist heeft
2. Is recht voor de raap
18
1. Houdt zich op de achtergrond
2. Praat gemakkelijk over zichzelf
19
1. Neemt veel initiatief in een groep
2. Is vlug verveeld met een situatie die niet naar wens verloopt
20
1. Troost graag
2. In staat tot gefundeerde kritiek
21
1. Gaat met iedereen akkoord
2. Zet zeer vervelende of dringende personen op hun plaats
22
1. Krijgt graag raad
2. Kan voor zichzelf zorgen
23
1. Maakt duidelijke afspraken
2. Protesteert als er iets niet volgens de regels verloopt
24
1. Voelt zich vlug verantwoordelijk
2. Kan, zo nodig, streng zijn
25
1. Is meegaand
2. Durft zich te tonen zoals hij/zij is
26
1. Zorgt ervoor dat iedereen een deel van de opdracht krijgt
2. Klaagt onrechtvaardigheid op ondubbelzinnige wijze aan
27
1. Zorgt ervoor dat iedereen aan zijn trekken komt
2. Stelt hoge eisen aan zichzelf
28
1. Neemt leiding
2. Weet wat hij/zij kan
29
1. Is behulpzaam
2. Kan instructies geven
30
1. Werkt graag samen met anderen
2. Geeft graag
31
1. Respecteert gezag
2. Heeft snel vertrouwen in anderen
32
1. In staat tot zelfkritiek
2. Zal gemakkelijk hulp vragen
33
1. Is niet gemakkelijk te overtuigen
2. Is gereserveerd
34
1. Plaagt graag anderen
2. Verdraagt niet kort gehouden te worden
35
1. Durft in grote groepen het woord te nemen
2. Heeft geen schrik voor openlijke meningsverschillen
36
1. Zoekt zo weinig mogelijk moeilijkheden
2. Maakt aan anderen duidelijk hoe ze te werk dienen te gaan
37
1. Past zich aan
2. Verzorgt graag
38
1. Stelt anderen gerust
2. Zet zijn persoonlijke mening opzij om ruzie te vermijden
39
1. Is op zijn hoede voor snelle beslissingen
2. Houdt zich aan afspraken
40
1. Kan gemakkelijk tegenover meerderen iets weigeren
2. Twijfelt voor hij/zij iets doet of zegt
41
1. Meet zich graag met anderen
2. Is niet gemakkelijk te overtuigen
42
1. Doet zijn best om een saaie uitleg toch te volgen
2. Kan een groepsactiviteit coördineren
43
1. In staat tot zelfkritiek
2. Voelt zich vlug verantwoordelijk
44
1. Protesteert als iets niet volgens de regels verloopt
2. Vindt het zeer erg als iemand hem/haar niet sympathiek vindt
45
1. Kan eisen stellen aan anderen
2. Voert zo goed mogelijk uit wat men hem/haar vraagt
46
1. Is vol zelfvertrouwen
2. Is bescheiden
47
1. Trekt zich terug bij een conflict
2. Begint zelf te organiseren als er iets niet efficiënt verloopt
48
1. Komt in opstand tegen onrechtvaardigheid
2. Is behulpzaam
49
1. Klaagt onrechtvaardigheid op ondubbelzinnige wijze aan
2. Heeft snel vertrouwen in anderen
50
1. Is graag de beste
2. Heeft bewondering voor sterke persoonlijkheden
51
1. Durft dingen te betwijfelen die algemeen aanvaard worden
2. Geeft graag uitleg
52
1. Laat niet met zich sollen
2. Heeft snel medelijden
53
1. Komt op onafhankelijke wijze tot beslissingen
2. Is vriendelijk tegen iedereen
54
1. Komt in conflicten recht voor zijn mening uit
2. Maakt duidelijke afspraken
55
1. Durft in grote groepen het woord te nemen
2. Beschermt de zwakken
56
1. Durft zich te tonen zoals hij is
2. Maakt aan anderen duidelijk hoe ze te werk dienen te gaan