hoofdpagina
Vragenlijst Persoonskenmerken

Voor- en achternaam :

Bedrijf :

Email adres :

Doel van de vragenlijst:

Op de volgende pagina's ziet u 90 tweekeuze-items. Bij alle items is het de bedoeling dat je steeds die uitspraak kiest, die volgens jou het meest op je van toepassing is. Ook al zal zo'n keuze soms moeilijk zijn, toch moet je bij alle 90 items tot een keuze komen. Per item mag u slechts één uitspraak aangeven.

Bijvoorbeeld :
1. Het kost me weinig moeite om iemand terecht te wijzen.
2. Belangrijke beslissingen kan ik het beste zelf nemen.


Je vindt bijvoorbeeld dat uitspraak 2 meer op je van toepassing is dan uitspraak 1. Je selecteert dan uitspraak 2.

Zo werk je alle items af. Je zult ontdekken dat een aantal uitspraken meerdere keren voorkomen. Dat is niets om je ongerust over te maken. Het gaat erom dat je bij een item voor die uitspraak kiest waarvan je vindt dat ze het meest op jezelf van toepassing is. In principe heb je onbeperkte tijd voor deze test. Werk echter snel door en denk niet te lang na. Het gaat vooral om je eerste, spontane indruk.

Veel succes!

1.
1. Groepswerk stimuleert mijn prestaties.
2. Ik zal nooit iemand benadelen.

2.
1. Ik sta bekend als iemand die gemakkelijk contacten legt.
2. Ik vind het prettig om intensief aan een bepaalde taak te werken.

3.
1. Het liefst werk ik in één ruk door.
2. Regels zijn er om te worden nageleefd.

4.
1. Voor mij is werken het belangrijkste in mijn leven.
2. Als het erop aankomt vertrouw ik alleen mezelf.

5.
1. Ik ben ervan overtuigd dat de meeste mensen van mijn werkelijke capaciteiten geen weet hebben.
2. Ik vind het prettig als ik bij werkzaamheden op anderen kan terugvallen.

6.
1. Bij het nemen van beslissingen heb ik graag de steun van anderen.
2. In een groep neem ik al gauw het initiatief.

7.
1. In een discussie ben ik meestal degene die de belangrijke beslissingen neemt.
2. Ik heb nogal eens spijt over dingen die ik heb gedaan.

8.
1. Ik twijfel wel eens aan de juistheid van een door mij genomen beslissing.
2. Het liefst neem ik mijn beslissingen helemaal alleen.

9.
1. Mensen hoeven mij niet te vertellen wat ik wel en niet mag doen, dat bepaal ik zelf wel.
2. Je woord houden vind ik voor mensen de belangrijkste eigenschap.

10.
1. Ik kom mijn afspraken altijd stipt na.
2. Ook al zal dat soms tot conflicten leiden, mensen zullen moeten accepteren dat ik een eigen mening heb.

11.
1. Ik werk liever in een groep dan dat ik zelfstandig werk.
2. Het liefst werk ik in één ruk door.

12.
1. Ik vind het leuk om met onbekenden een praatje te maken.
2. Voor mij is werken het belangrijkste in mijn leven.

13.
1. Het overkomt me zelden dat ik een taak niet op tijd af heb.
2. Ik ben ervan overtuigd dat de meeste mensen van mijn werkelijke capaciteiten geen weet hebben.

14.
1. Ik veracht mensen die hun principes verloochenen.
2. Bij het nemen van een beslissing heb ik graag de steun van anderen.

15.
1. Van de meeste dingen die mensen doen, vind ik dat ik het eigenlijk beter zou doen.
2. In een discussie ben ik meestal degene die de belangrijke beslissingen neemt.

16.
1. Als ik in een groep met mijn mening alleen sta, dan geef ik nogal eens toe om de groepssfeer niet te bederven.
2. Ik twijfel weleens aan de juistheid van een door mij genomen beslissing.

17.
1. Anderen vinden mij nogal dominant.
2. Overleggen met anderen is meestal tijdsverspilling.

18.
1. Ik vind het een gezonde zaak om steeds kritisch te zijn ten aanzien van mijn eigen doen en laten.
2. Men zal mij nooit op een leugen betrappen.

19.
1. Er zijn maar weinig dingen waar ik zelf niet uit kan komen.
2. Ik werk liever in een groep dan dat ik zelfstandig werk.

20.
1. Ik heb er absoluut geen moeite mee om over mijn slechte kanten te praten.
2. Ik sta bekend als iemand die gemakkelijk contacten legt.

21.
1. Samen met anderen aan een bepaalde taak te werken, ligt me wel.
2. Ik veracht mensen die hun principes verloochenen.

22.
1. Ik heb er geen enkele moeite mee om een onbekende aan te schieten.
2. Van de meeste dingen die mensen doen, vind ik dat ik het eigenlijk beter zou kunnen.

23.
1. Men vindt mij een harde werker.
2. Als ik in een groep met mijn mening alleen sta, dan geef ik nogal eens toe om de groepssfeer niet te bederven.

24.
1. Ik vind dat mensen zich niet moeten uitlaten over zaken waar ze geen verstand van hebben.
2. Anderen vinden mij nogal dominant.

25.
1. Het overkomt me zelden dat ik een probleem niet alleen kan oplossen.
2. Ik vind het een gezonde zaak steeds kritisch te zijn ten aanzien van mijn eigen doen en laten.

26.
1. Ik ben op mijn best als ik me gesteund weet door anderen.
2. Er zijn maar weinig dingen waar ik zelf niet kan uitkomen.

27.
1. Ook al zijn mijn argumenten niet sterk, dan nog slaag ik er vaak in mijn zienswijze door te drukken.
2. Ik heb er absoluut geen moeite mee om over mijn slechte kanten te praten.

28.
1. Anderen wijzen mij er nogal eens op dat ik beslissingen te lang uitstel.
2. Samen met anderen aan een bepaalde taak werken, ligt me wel.

29.
1. Als je werkelijk iets wilt bereiken in het leven, zal je dat bijna altijd zelf moeten doen.
2. Ik vind het leuk om met onbekenden een praatje te maken.

30.
1. Tot nu toe is alles wat ik heb ondernomen van een leien dakje gegaan.
2. Het overkomt me zelden dat ik een taak niet op tijd af heb.

31.
1. Het liefst werk ik in teamverband.
2. Het overkomt me zelden dat ik een probleem niet alleen kan oplossen.

32.
1. Ik ben eerder een gemakkelijk prater, dan iemand die dingen zoveel mogelijk voor zich houdt.
2. Ik ben op mijn best als ik me gesteund weet door anderen.

33.
1. Als de omstandigheden dat eisen, doe ik er weleens een schepje bovenop.
2. Ook al zijn mijn argumenten niet sterk, dan nog slaag ik er vaak in mijn zienswijze door te drukken.

34.
1. Je woord houden, vind ik voor mensen de belangrijkste eigenschap.
2. Anderen wijzen mij er nogal eens op dat ik beslissingen te lang uitstel.

35.
1. In discussies heb ik het meestal bij het rechte eind.
2. Als je werkelijk iets wilt bereiken in het leven, zal je dat bijna altijd zelf moeten doen.

36.
1. Als anderen mij steunen in mijn opvattingen, geeft me dat extra zekerheid.
2. Tot nu toe is alles wat ik heb ondernomen van een leien dakje gegaan.

37.
1. Ik vind het leuk om aanwijzingen te geven en mensen te vertellen wat ze moeten doen.
2. Het liefst werk ik in teamverband.

38.
1. Ik geef mij niet gauw bloot aan anderen.
2. Ik heb er geen enkele moeite mee om een onbekende aan te schieten.

39.
1. Ik heb er een hekel aan mijn doen en laten te moeten verantwoorden.
2. Men vindt mij een harde werker.

40.
1. Mensen weten altijd direct wat ze aan me hebben.
2. Ik vind dat mensen zich niet moeten uitlaten over zaken waarvan ze geen verstand hebben.

41.
1. Groepsopdrachten spreken me erg aan.
2. Als anderen mij steunen in mijn opvattingen, geeft me dat extra zekerheid.

42.
1. Ik vind het prettig mensen om me heen te hebben om tegen ze aan te kunnen praten.
2. Ik vind het leuk om aanwijzingen te geven en mensen te vertellen wat ze moeten doen.

43.
1. In mijn werk wil ik steeds een uitblinker zijn.
2. Ik geef mij niet gauw bloot aan anderen.

44.
1. Mensen die zich niet aan de wet houden, zijn niet te vertrouwen.
2. Ik heb er een hekel aan mijn doen en laten te moeten verantwoorden.

45.
1. Er zijn maar weinig mensen voor wie ik waardering heb.
2. Mensen weten altijd direct wat ze aan me hebben.

46.
1. Ik neem zelden een zware beslissing zonder eerst het advies van anderen in te winnen.
2. Groepsopdrachten spreken me erg aan.

47.
1. Van nature ben ik iemand die graag de lakens uitdeelt.
2. Ik ben eerder een gemakkelijk prater, dan iemand die dingen zoveel mogelijk voor zich houdt.

48.
1. Ik heb weleens het idee dat mensen mij niet helemaal serieus nemen.
2. Als de omstandigheden dat eisen, doe ik er wel eens een schepje bovenop.

49.
1. Overleggen met anderen is meestal tijdsverspilling.
2. Ik kom mijn afspraken altijd stipt na.

50.
1. Eigenlijk ben ik in mijn leven nog nooit oneerlijk tegenover iemand geweest.
2. In discussies heb ik het meestal bij het rechte eind.

51.
1. Het uitvoeren van een bepaalde opdracht doe ik het liefst samen met anderen.
2. Van nature ben ik iemand die graag de lakens uitdeelt.

52.
1. Het gebeurt mij vrij regelmatig dat ik zomaar een praatje met deze of gene maak.
2. Groepswerk stimuleert mijn prestaties.

53.
1. Mensen die mij goed kennen, vinden me een doorzetter.
2. Mensen hoeven mij niet te vertellen wat ik wel en niet mag doen, dat bepaal ik zelf.

54.
1. Mensen die de belasting ontduiken, zouden gestraft moeten worden.
2. Eigenlijk ben ik in mijn leven nog nooit oneerlijk tegenover anderen geweest.

55.
1. Ik trek mij er nauwelijks iets van aan wat anderen van mij vinden.
2. Het uitvoeren van een bepaalde opdracht doe ik het liefst samen met anderen.

56.
1. Bij samenwerking zal ik niet gauw een conflict veroorzaken.
2. Ik vind het prettig mensen om me heen te hebben om tegen ze aan te kunnen praten.

57.
1. Het idee om wat te zeggen te hebben over anderen trekt me wel.
2. In mijn werk wil ik steeds een uitblinker zijn.

58.
1. Achteraf betrap ik mij er vaak op dat ik de zaken niet goed heb aangepakt.
2. Mensen die zich niet aan de wet houden, zijn niet te vertrouwen.

59.
1. Hoewel samenwerken voordelen heeft, kan ik zelfstandig vaak veel meer bereiken.
2. Er zijn maar weinig mensen voor wie ik waardering heb.

60.
1. Als ik al problemen heb met anderen, dan is dat niet mijn schuld.
2. Ik neem zelden een zware beslissing zonder eerst het advies van anderen in te winnen.

61.
1. In een groep presteer ik beter dan wanneer ik in mijn eentje iets moet doen.
2. Achteraf betrap ik mij er vaak op dat ik de zaken niet goed heb aangepakt.

62.
1. Op feestjes ben ik de meeste tijd in een druk gesprek gewikkeld.
2. Hoewel samenwerken voordelen heeft, kan ik zelfstandig vaak veel meer bereiken.

63.
1. Het overkomt me maar zelden dat ik iets niet afmaak.
2. Als ik al problemen heb met anderen, is dat niet mijn schuld.

64.
1. Als ik in een ruimte kom die rommelig is, dan irriteert mij dat.
2. In een groep presteer ik beter dan wanneer ik in mijn eentje iets moet doen.

65.
1. Ik maak maar zelden mee dat iemand mij iets vertelt wat ik nog niet wist.
2. Als ik met iemand aan de praat raak, gaat het initiatief meestal van mij uit.

66.
1. Ik vind het belangrijk te weten dat anderen achter me staan bij het nemen van bepaalde beslissingen.
2. Mensen die mij goed kennen, vinden mij een doorzetter.

67.
1. Het kost me geen enkele moeite om iemand met een minder leuke taak op te zadelen.
2. Mensen die de belasting ontduiken, zouden gestraft moeten worden.

68.
1. In discussies heb ik achteraf nogal eens het gevoel dat ik wat assertiever had moeten optreden.
2. Ik trek me er nauwelijks iets van aan wat anderen van mij vinden.

69.
1. Ook al wijkt mijn mening af van die van anderen, toch houd ik voet bij stuk.
2. Bij samenwerking zal ik niet gauw een conflict veroorzaken.

70.
1. Iedereen die ik ken, vindt het prettig om met mij om te gaan.
2. Het idee om wat te zeggen te hebben over anderen trekt me wel.

71.
1. Als ik in een team moet werken, is dat voor mij een stimulans om tot betere prestaties te komen.
2. Ook al wijkt mijn mening af van die van anderen, toch houd ik voet bij stuk.

72.
1. Op feestjes ben ik een graag geziene gast.
2. Iedereen die ik ken, vindt het prettig om met mij om te gaan.

73.
1. Wat ik vandaag nog kan doen, stel ik niet uit tot morgen.
2. Als ik in een team moet werken, is dat voor mij een stimulans om tot betere prestaties te komen.

74.
1. Ik kom meestal niet terug op een eenmaal genomen beslissing.
2. Op feestjes ben ik de meeste tijd in een druk gesprek verwikkeld.

75.
1. Belangrijke beslissingen kan ik het beste zelf nemen.
2. Het overkomt me maar zelden dat ik iets niet afmaak.

76.
1. Ik heb veel steun aan aardige en vriendelijke mensen om me heen.
2. Als ik in een ruimte kom die rommelig is, dan irriteert mij dat.

77.
1. Het idee macht te kunnen uitoefenen, zie ik als een uitdaging.
2. Ik maak maar zelden mee dat iemand mij iets vertelt wat ik nog niet wist.

78.
1. Af en toe heb ik zin om mijn hart uit te storten bij een psycholoog.
2. Ik vind het belangrijk te weten dat anderen achter mij staan bij het nemen van belangrijke beslissingen.

79.
1. Ook al zal dat soms tot conflicten leiden, mensen zullen moeten accepteren dat ik een eigen mening heb.
2. Het kost me geen enkele moeite om iemand met een minder leuke taak op te zadelen.

80.
1. Ik zal nooit iemand benadelen.
2. In discussies heb ik achteraf nogal eens het gevoel dat ik wat assertiever had moeten optreden.

81.
1. Ik vind het prettig om met anderen samen te werken.
2. Het gebeurt mij vrij regelmatig dat ik zomaar een praatje met deze of gene maak.

82.
1. Als ik met iemand aan de praat raak, gaat het initiatief meestal van mij uit.
2. Ik heb wel eens het idee dat mensen mij niet helemaal serieus nemen.

83.
1. Ik vind het prettig om intensief aan een bepaalde taak te werken.
2. Op feestjes ben ik een graag geziene gast.

84.
1. Regels zijn er om te worden nageleefd.
2. Wat ik vandaag kan doen, stel ik niet uit tot morgen.

85.
1. Als het erop aankomt, vertrouw ik alleen mezelf.
2. Ik kom meestal niet terug op een eenmaal genomen beslissing.

86.
1. Ik vind het prettig als ik bij werkzaamheden op anderen kan terugvallen.
2. Belangrijke beslissingen kan ik het beste zelf nemen.

87.
1. In een groep neem ik al snel het initiatief.
2. Ik heb veel steun aan aardige en vriendelijke mensen om me heen.

88.
1. Ik heb nogal eens spijt over dingen die ik heb gedaan.
2. Het idee macht uit te kunnen oefenen, zie ik als een uitdaging,

89.
1. Het liefst neem ik mijn beslissingen helemaal alleen.
2. Af en toe heb ik zin om mijn hart uit te storten bij een psycholoog.

90.
1. Men zal mij nooit op een leugen betrappen.
2. Ik vind het prettig om met anderen samen te werken.