hoofdpagina
Vragenlijst Meijers Briggs

Voor- en achternaam :

Bedrijf :

Email adres :

Doel van de vragenlijst:

 

1.
Als er een feestje is ben je
A) in gesprek met velen, ook vreemden.
B) in gesprek met een klein aantal mensen die je kent.

2.
Ben je meer
A) realistisch dan speculatief
B) speculatief dan realistisch

3.
Is het erger om
A) met je hoofd in de wolken te lopen
B) in een sleur te leven

4.
Ben je meer onder de indruk van
A) Principes
B) emoties

5.
Word je meer gedreven door
A) overtuiging
B) aanvoelen

6.
Wens je meer te werken
A) met eindtijden
B) onder planning

7.
Prefereer je te kiezen
A) op een zorgvuldige manier
B) op een wat impulsieve wijze

8.
Op feestjes
A) blijf je tot laat en neemt je energie toe
B) ga je vroeg weg omdat je energie afneemt

9.
Word je meer aangetrokken door
A) gevoelige mensen
B) fantasierijke mensen

10.
Ben je meer geïnteresseerd in
A) het actuele
B) het mogelijke

11.
Bij het beoordelen van anderen hanteer je meer
A) wetten dan omstandigheden
B) omstandigheden dan wetten

12.
Bij de benadering van anderen is je invalshoek meer
A) objectief
B) persoonlijk

13.
Ben je meer
A) punctueel
B) laissez faire

14.
Verontrust het je meer de zaken
A) niet klaar te hebben
B) gereed te hebben

15.
In je sociale contacten
A) heb je het nieuws van andere feestjes al gehoord
B) loop je meestal achter met het nieuws

16.
Bij het doen van gewone zaken is het waarschijnlijk dat
A) je ze op de normale manier doet
B) je ze op een eigen wijze doet

17.
Schrijvers zouden
A) moeten zeggen wat ze menen en menen wat ze zeggen
B) de zaken meer uit moeten drukken met verhalen

18.
Wat trekt je meer aan
A) de juiste gedachtegang
B) harmonieuze menselijke verhoudingen

19.
Voel je je meer comfortabel in het maken van
A) logische oordelen
B) waarde oordelen

20.
Wil je de zaken
A) vaststaand en besloten
B) niet besloten en vrij

21.
Ben je meer
A) serieus in omgang
B) vrij in omgang

22.
Bij het telefoneren
A) vraag je je zelden af wat je zal zeggen
B) repeteer je van te voren wat je zal zeggen

23.
Feiten
A) spreken voor zich
B) illustreren voorbeelden

24.
Zijn dromen
A) ietwat vervelend
B) wel fascinerend

25.
Ben je meestal
A) een koele persoonlijkheid
B) een warmhartige persoonlijkheid

26.
Is het erger om
A) onrechtvaardig te zijn
B) onbarmhartig zijn

27.
Zou men de zaken moeten laten gebeuren
A) volgens een zorgvuldige selectie en keuze
B) door willekeurigheid en door kansen te benutten

28.
Voel je je beter als
A) je iets hebt gekocht
B) je de mogelijkheid hebt om iets te gaan kopen

29.
In gezelschap zal je
A) het gesprek beginnen
B) wachten tot je wordt benaderd

30.
Gezond verstand is
A) zelden aanvechtbaar
B) vaak aanvechtbaar

31.
Kinderen zullen vaak niet
A) zichzelf nuttig genoeg maken
B) hun fantasie genoeg oefenen

32.
Bij het maken van beslissingen voel je je comfortabeler
A) met regels
B) met gevoelens

33.
Ben je meer
A) vastberaden dan vriendelijk
B) vriendelijk dan vastberaden

34.
Wat is meer bewonderenswaardig
A) het vermogen om te organiseren en methodisch te werken
B) het vermogen aan te passen en te laten gebeuren

35.
Geef je meer waarde aan
A) het definitieve
B) het nog niet beslotene

36.
Nieuwe en niet routinematige ontmoetingen met anderen
A) stimuleren je en geven je energie
B) tasten je reserves aan

37.
Ben je vaker een
A) praktisch persoon
B) fantasierijk persoon

38.
Kijk je meer
A) of anderen nuttig bezig zijn
B) hoe anderen de zaken bekijken

39.
Wat geeft meer bevrediging
A) een zaak grondig te bediscussiëren
B) overeenstemming over iets te verkrijgen

40.
Wat stuurt je meer
A) je hoofd
B) je hart

41.
Voel je je meer comfortabel met werk
A) met vaste afspraken
B) zonder vaste afspraken

42.
Ben je gewend te kijken naar
A) het ordelijke
B) wat er maar gebeurt

43.
Prefereer je
A) veel vrienden met een kort contact
B) een aantal vrienden met langdurig contact

44.
Doe je meer met
A) feiten
B) principes

45.
Ben je meer geïnteresseerd in
A) het maken van dingen
B) het ontwerpen van dingen

46.
Wat is een groter compliment
A) het is een erg logisch denkend mens
B) het is een gevoelig mens

47.
Waardeer je meer in jezelf dat je bent een
A) onwankelbaar persoon
B) een toegewijd persoon

48.
Prefereer je vaker
A) een onveranderlijke uitspraak
B) een voorlopige uitspraak

49.
Voel je je beter
A) na een beslissing
B) voor een beslissing

50.
Zal je
A) gemakkelijk en langdurig met vreemden spreken
B) niet zo veel tegen vreemden te vertellen hebben

51.
Vertrouw je meer op
A) je ervaring
B) je ingevingen

52.
Voel je je meer
A) praktisch dan ingenieus
B) ingenieus dan praktisch

53.
Welke persoon moet meer complimenten hebben
A) een die volgens het verstand werkt
B) een die naar zijn gevoel handelt

54.
Zal je meestal
A) vastberaden zijn
B) sympathiek zijn

55.
Is het in de meeste gevallen het beste om
A) zeker te zijn dat alles geregeld is
B) gewoon dingen te laten gebeuren

56.
In relaties zouden de meeste dingen
A) opnieuw onderhandelbaar moeten zijn
B) ongeregeld en afhankelijk van de omstandigheden moeten zijn

57.
Als de telefoon gaat zal je
A) je haasten om hem op te nemen
B) hopen dat een ander hem opneemt

58.
Je prijst jezelf meer omdat
A) je een sterk realiteitsgevoel hebt
B) je een levendige verbeelding hebt

59.
Ben je meer aangetrokken door
A) de grondtonen
B) de boventonen

60.
Wat lijkt een grotere fout
A) hartstochtelijk zijn
B) objectief zijn

61.
Zie je jezelf voornamelijk als
A) praktisch en nuchter
B) zachtaardig

62.
Welke situatie spreekt je meer aan
A) de gestructureerde
B) de ongestructureerde en niet geplande

63.
Ben je meer een persoon die
A) regelmatig is dan grillig
B) grillig is dan regelmatig

64.
Neig je meer
A) gemakkelijk in de omgang te zijn
B) iets gereserveerd zijn

65.
In geschrift prefereer je
A) het meer letterlijk
B) het meer figuurlijke

66.
Het is moeilijker voor je om
A) je in een ander te verplaatsen
B) anderen in te schakelen

67.
Wat wens je jezelf het meeste toe
A) verstand van zaken
B) sterk mededogen

68.
Wat is de grootste fout
A) om geen onderscheid te maken
B) kritisch te zijn

69.
Wat heb je liever
A) een geplande gebeurtenis
B) een ongeplande gebeurtenis

70.
Ben je meer
A) weloverwogen dan spontaan
B) spontaan dan weloverwogen