hoofdpagina
Vragenlijst Bedrijfscultuur

Voor- en achternaam :

Bedrijf :

Email adres :

Karaktereigenschappen van organisatieculturen

Hieronder vindt je tien uitspraken over karaktereigenschappen van organisatieculturen. Elke uitspraak wordt op vier manieren uitgewerkt.

1. Kijk eerst naar de organisatie (of afdeling) zoals die naar jouw mening functioneert. Breng en rangorde aan in de antwoordcategoriën en verdeel in totaal tien punten: de meeste punten (maximaal tien) gaan naar de formulering die het beste overeen komt met hoe je zou antwoorden. De resterende punten worden over de drie andere formuleringen verdeeld (0-scores zijn toegestaan). Noteer de scores in de vakjes onder 'nu' (links).
Voorbeelden:

    a.	3	a.	0	a.	2
    b.	1	b.	0	b.	3
    c.	5	c.	0	c.	2
    d.	1	d.	10	d.	3

2. Neem vervolgens de door je gewenste toekomstige werkkring als uitgangspunt en bepaal dan hoe je zou willen dat de organisatie (of afdeling) er uit ziet. Volg dezelfde procedure.

Noteer de scores in de vakjes onder 'gewenst' (rechts).

Je werkt het snelst wanneer je per uitspraak eerst de bestaande situatie bepaalt en direct daarna de gewenste. Ga daarna door naar de volgende uitspraak.

1.
Werknemers voelen zich in de organisatie behandeld als personeel

Nu
Gewenst
 
a. wiens tijd en kwaliteiten beschikbaar zijn op basis van een contract, dat de rechten en plichten van beide zijden regelt.
 
b. waarvan de chef volledig kan beschikken over de energie van de werknemers.
 
c. die hun kundigheden en bekwaamheden volledig inzetten om de doelstellingen van de organisatie te helpen realiseren.
 
d. met allen hun eigen ambities, capaciteiten en behoeften.
2.
Werknemers spannen zich in de organisatie in, omdat:

Nu
Gewenst
 
a. de organisatie je beloont als je er hard tegenaan gaat.
 
b. er een klus klaar moet en je daar met z'n allen voor staat.
 
c. het werk de belangstelling van de medewerker heeft en een stuk van de medewerker zelf is geworden.
 
d. de organisatie verwacht dat de medewerker een goede prestatie levert.
3.
Tegengestelde opvattingen worden aangepakt door:

Nu
Gewenst
 
a. er onderling over te discussiëren, waarna ieder doet wat hem het beste lijkt.
 
b. het als een conflict voor te leggen aan de hogere chef, die vervolgens een beslissing neemt.
 
c. te discussiëren, waarbij de sterkste wint.
 
d. samen na te gaan wat het beste is voor de organisatie en daarnaar te handelen.
4.
Taken worden aan een werknemer toegewezen op basis van:

Nu
Gewenst
 
a. een officiële verdeling van functies, verantwoordelijkheden en bevoegdheden in de organisatie.
 
b. het persoonlijk oordeel en de persoonlijke wensen van de leiding.
 
c. de vaardigheden en bekwaamheden van medewerkers met betrekking tot het uit te voeren werk.
 
d. persoonlijke wensen en behoeften van de medewerkers met betrekking tot de toepassing van je kennis en vaardigheden en hun verdere ontwikkeling.
5.
In de organisatie controleert de leiding het werk van de werknemers, omdat:

Nu
Gewenst
 
a. de medewerker, deze controle accepteert en ziet als een bijdrage aan zijn eigen kennis, vaardigheden en ontwikkeling.
 
b. deze ten aanzien van het uit te voeren werk meer terzake doende kennis heeft.
 
c. de functie van leidinggevenden voorschrijft dat zij verantwoordelijk zijn voor het leidinggeven aan anderen.
 
d. leidinggevenden meer macht hebben binnen de organisatie.
6.
Mensen werken in de organisatie samen, omdat:

Nu
Gewenst
 
a. door de organisatie is vastgelegd wie met wie moet samenwerken.
 
b. zij menen dat zij elkaar kunnen gebruiken om er persoonlijk voordeel uit te trekken.
 
c. de samenwerking persoonlijke voldoening geeft, stimuleert en uitdagend werkt.
 
d. hun gezamenlijke bijdrage nodig is voor de voortgang van het werk.
7.
In de organisatie worden beslissingen genomen door:

Nu
Gewenst
 
a. medewerkers met de meeste kennis en de grootste deskundigheid op het voorliggende probleemgebied.
 
b. de medewerkers met de meeste persoonlijk opgebouwde macht.
 
c. medewerkers die bij het resultaat het meest betrokken zijn en door de uitslag het meest worden getroffen.
 
d. de medewerkers die volgens hun functie de bevoegdheid heeft en de verantwoordelijkheid draagt.
8.
De structuur van de organisatie wordt gekenmerkt door:

Nu
Gewenst
 
a. informatie naar boven, opdrachten naar beneden. Dat wil zeggen de top beslist, de medewerkers voeren uit.
 
b. een hiërarchische structuur met duidelijk omschreven rapportage plichten en beslissingsbevoegheden voor iedere medewerker. Eén en ander is neergelegd in een organisatieschema en functiebeschrijving.
 
c. de opbouw rond één of meer uit te voeren taken of op te lossen problemen. Ingezet worden degenen die het beste zijn toegerust om de werkzaamheden te verrichten.
 
d. informatie en bevoegdheden van de ene medewerker naar de andere te laten gaan op basis van individuele behoeften en ambities, wederzijdse steun en voldoening.
9.
Als iemand geen plezier meer heeft in zijn huidige werk, dan zal hij:

Nu
Gewenst
 
a. het initiatief nemen om ander werk te gaan doen of een andere baan te zoeken.
 
b. een verzoek indienen om verandering of overplaatsing.
 
c. een andere bijdrage gaan leveren binnen het totale te verrichten werk.
 
d. voor een promotie vechten.
10.
Naar de externe omgeving van de organisatie wordt gekeken:

Nu
Gewenst
 
a. als een uitdagend en boeiend geheel van kansen en bedreigingen. De organisatie ziet de buitenwereld als een werk- en speelterrein ten behoeve van het plezier en de verdere ontwikkeling van de organisatie. Die omgeving is zodanig te beinvloeden dat extra steun voor de eigen doelstelling wordt verkregen en bedreigingen worden weggenomen.
 
b. als een geordend en rationeel systeem. Concurrentie wordt beperkt door de wet en conflict maakt plaats voor onderhandelingen en compromis.
 
c. als een tijdperk van concurrentieverhoudingen: allen staan tegenover allen; degene die niet zelf uitbuiten worden op hun beurt uitgebuit.
 
d. als een ingewikkeld geheel van onvolmaakte systemen. Door de inspanningen van de organisatie wordt de omgeving opnieuw gevormd en verbeterd.